Hopeloos verliefd op een moslimgoeroe, deel 2
Bernadette de Wit
Tariq Ramadan wordt gasthoogleraar in Rotterdam. De lieveling van weldenkend Nederland gaat een bijvak ‘burgerschap en identiteit’ opzetten en onderzoek doen naar ‘integratie en multiculturaliteit’. Waarom valt Nederland voor de knappe mohammedaanse multimiljonair?
Het geheim van de aantrekkingskracht van Tariq Ramadan is dat hij inspeelt op het Europese cultuurpessimisme en de linkse zelfhaat. Hij ziet het Westen als een beschaving in moreel verval. De spirituele leegte die het joods-christelijke tijdperk volgens hem heeft nagelaten, moet worden opgevuld door de ‘universele waarden’ van de islam. Ramadan vindt dat de moderniteit moet worden geïslamiseerd. De islam is de oplossing: ‘De moslimidentiteit is de enige bron van echte universaliteit’.
Het woord ‘universeel’ klinkt prachtig, maar de mohammedaanse ethiek is dat geenszins. In de heilige islamitische boeken is de mensheid verdeeld in moslims en niet-moslims, met de laatsten als tweederangs burgers. Journalisten die Ramadan interviewen, vergeten stelselmatig te vragen hoe de zelfverklaarde vrome ‘salafistische hervormer’ dat ziet. Ook de Erasmusuniversiteit liet zich liever betoveren door de superster.
Het westerse publiek houdt van hem, zo stelt de Italiaanse journalist Sandro Magister, omdat zijn visie elementen van democratie, gelijkwaardig burgerschap en vrijheid van meningsuiting bevat. Ramadan spreekt daarnaast zowel moderne moslims aan als de gelovigen die in gesloten gemeenschappen leven. Hij vindt dat ‘zelfbewuste’ moslims op eigen kracht hun geloof moeten hervormen. Concreet: Ramadan is tegen de doodstraf, wil het verouderde islamitische erfrecht aanpassen en nog een paar kleine punten. Verder is hij voor de pure islam.
Met zijn aankondiging van de komst van een Europese islam verandert hij voor links in een multiculturele messias. Dat hij zich op zijn lange mars door de Europese instituties wapent met de taqiyya, ach, in het openbaar zegt hij toch mooie dingen?
Ramadan is overigens persona non grata in het wahabitische Saoedi-Arabië en in Tunesië vanwege die in onze ogen zeer bescheiden hervormingen, wat misschien voor een ander deel de sympathie verklaart van de weldenkende Rotterdamse intellectuelen. Een kinderhand is gauw gevuld.
Zou de Rotterdamse immigratiehoogleraar Han Entzinger, die zich in NRC Handelsblad van 22 januari beklaagt dat de criticasters zich niet verdiepen in Tariq Ramadan – ‘In de VS lijkt tegenwoordig elke moslim wel verdacht’ – iets van wat hier staat gelezen hebben? We komen er niet achter, want de luie NRC-journalist weet er zelf de ballen van en heeft er dus ook niet naar gevraagd (Entzinger is degene die voor Ramadan heeft gepleit).
De in dat artikel opgevoerde Rotterdamse islamoloog Dick Douwes dan? Die begrijpt in elk geval heel goed waar de weerstand tegen Ramadan vandaan komt. ‘Mensen googelen, hè en komen wilde verhalen tegen’.
Wat u zegt, heer Douwes.
Douwes legde de vier ‘hardnekkigste aantijgingen’ tegen Ramadan voor aan een aantal niet met name genoemde ‘buitenlandse experts’: dat deze antisemiet is, voor steniging pleit, bij de Moslimbroederschap zit en aan ‘doublespeak’ doet. Welnu, de buitenlandse experts ‘zagen geen problemen’. Klaar is Kees en welterusten, u hoeft niet meer te googelen.
De krant vindt het kennelijk prima dat de decaan van de Rotterdamse faculteit der Historische en Kunstwetenschappen met de autoriteitsdrogreden zwaait. Maar de aantijgingen zijn, op één na dan, wel degelijk reëel. In genoemd boek The islam in Questions verklaart Ramadan zich onomwonden vóór de dood van de ‘Zionistische entiteit’ (bedoeld wordt Israël, maar dat woord vermijden islamisten liever). Daar staat tegenover dat hij in interviews het bestaansrecht van Israël erkent en het herdenken van de holocaust belangrijk noemt. So much for het weerleggen van de doublespeak en zijn antisemitisme.
En inderdaad, niet Tariq, maar zijn broer Hani heeft zich in 2002 uitgesproken voor stenigen van overspelplegers, waarna hij werd ontslagen als leraar op een Zwitserse openbare school.
Inzake de resterende aantijging: quod erat demonstrandum.
Volgens anonieme opponenten uit Parijs met wie de NRC-journalist sprak, is Ramadan een leugenaar, wil hij Europa islamiseren via de da’wa en is hij bevriend met terroristen. Bewijs wilden ze niet geven: ‘Ik vertrouw u niet.’
Zelf op onderzoek uitgaan, vond de journalist van de sluipsteen niet echt nodig, met deze losse flodder zat het werk erop.
In 2003 noemde de Franse onderzoeksjournaliste Caroline Fourest Tariq Ramadan ‘een oorlogsleider’, gevaarlijker dan Bin Laden, die via zijn adviezen en lezingen zijn politieke doel probeert te bereiken: de laïcité afschaffen en Frankrijk islamiseren. Omdat Ramadan alle feiten ontkent die tegen hem zijn ingebracht en zich ondanks bewijzen van het tegendeel beklaagt dat Fourest niet vis-à-vis met hem in discussie wil, besloot ze een pagina te wijden aan zijn leugens.
Wel vermeldt het NRC-stuk dat opa Hassan al-Banna Tariqs ‘grootste inspiratiebron’ is (maar met de Moslimbroederschap heeft hij, heus, helemaal niets te maken). Ramadan is ‘zeer gelovig’ en ziet de koran als ‘een leidraad voor elke moslim’, al mogen sommige interpretaties, zoals de idee dat de sluier in alle gevallen verplicht zou zijn, wel op de helling. Weliswaar zijn vrouwen religieus verplicht die sluier te dragen (zijn eigen vrouw, bekeerd tot het ware geloof, loopt gehoofddoekt door Genève), maar Allah wordt heus niet boos als je ‘m thuislaat voor een sollicitatiegesprek.
Zulke hervormingsgezinde taal horen ze graag in Rotterdam en daar hebben ze wel een tonnetje of twee voor over.
In het geruststellende stuk in NRC Handelsblad van 22 januari naar aanleiding van de benoeming van Tariq Ramadan tot gasthoogleraar staat niets over diens connecties met radicale islamisten. Daar heet het heel po-si-tief dat de Moslim Broederschap ‘een poging tot ‘inheems’ verzet was tegen de Britse overheersing’. Ook zegt de krant dat vader en moeder Ramadan in 1954 naar Europa vluchtten omdat ‘de socialistische Nasser alles in de ban deed wat religieus, westers en joods was’. Maar dat was niet de enige reden. Saïd Ramadan was al eens gevangen genomen en werd later zelfs gekidnapt door de Egyptische regering wegens staatsgevaarlijke activiteiten. De grond werd hem te heet onder de voeten.
Het NRC-stuk is van de eerste tot en met de laatste alinea een mooi voorbeeld van wat tegenwoordig islamapologie wordt genoemd. Machteld Allan beschrijft dat verschijnsel als volgt: als iets goed is, kan het eigenlijk niet niet-moslims zijn en als het moreel slecht is, dan maken niet-moslims zich er óók schuldig aan, óf het is de schuld van Amerika. De media passen dit recept elke keer toe als er weer een aanslag is gepleegd: als terreur, dan niet islamitisch en als islamitisch, dan geen terreur. In elk geval leidt het ertoe dat journalisten hun werk niet doen – huiverig het sprookje over de islamhervorming stuk te slaan?
De Fransman Olivier Roy beweert dat angst voor de islam Ramadans opponenten bindt. Angst voor verandering van de status quo, zegt hij tegen NRC Handelsblad, en het opkomen van een nieuwe politieke en religieuze identiteit. Maar is die angst terecht? had de journalist hier moeten vragen.
Je kunt het trouwens ook omdraaien. De voorstanders zijn diep in hun hart net zo pages voor de politieke islam. Met dit verschil dat ze dat niet hardop zeggen en tegen beter weten in appeasement geloven: als we nou maar aardig zijn voor de moslims en Ramadan als ‘bruggenbouwer’ in huis halen, dan doen de radicale moslims vast wat aardiger tegen ons.
Ja, vast. Maar tot nog toe heeft Ramadan nog geen terreurdaad veroordeeld.
Wat zou het motief zijn van de gemeente Rotterdam en haar Erasmusuniversiteit om Tariq Ramadan binnen te halen? Behalve links struisvogelgedrag zou zijn ‘solide reputatie’ er wel eens veel mee te maken kunnen hebben. Ramadan stond in 2006 op de lijst van de honderd invloedrijkste personen van Time Magazine en werd ‘de meest innovatieve persoon van de 21ste eeuw’ genoemd. Hij is gasthoogleraar in Oxford, adviseert de Engelse regering over integratie en is de held van de Franse banlieuejongeren én de gestudeerde moslimmiddenklasse. Dat verschaft hem de onaantastbare goeroestatus waar de zoekende multiculturele overheid en migratie-academici naar snakken.
Daarnaast sluit Ramadans standpunt – Europa verandert dankzij de immigratie van moslims, de ‘obsessie met integratieproblemen’ neemt af en Europeanen hebben geen zin meer om te luisteren naar lieden die daar ‘veel lawaai’ over maken – naadloos aan bij de laatste ideologische struisvogelmode, participatie (zie hierover het uitstekende stuk van Nahed Selim, uit Trouw van 27 januari, te vinden onder de derde lezersreactie).
Wie Ramadan in huis haalt, profiteert van z’n roem en dat klinkt pr-afdelingen die zich staande moeten houden temidden van keiharde concurrentie tussen universiteit als muziek in de oren.
Geen wonder dat ook Rita Verdonk in haar nopjes is over de benoeming. De oud-minister heeft de rol van bad cop ingeruild voor die van good cop van de multiculturele samenleving. ‘Ik ken de verwijten tegen hem’, reageert ze eenvoudig op de vraag van NRC Handelsblad. ‘Na de these en de antithese komen we bij de synthese’, aldus de nu ook al marxistisch klinkende VVD’ster. ‘De tolerantie van vroeger was pure onverschilligheid. Nu spreken we elkaar aan.’
Maar niet over de terreurconnecties van de nieuwe gasthoogleraar, dat zou de pret maar bederven. Over Caroline Fourest zegt de krant slechts dat ze ‘boze boeken’ schreef. En dan hoef je die boeken (Frère Tariq en La tentation du obscurantisme) ook niet meer te lezen.
Gelukkig zijn uittreksels van de breed verspreide cassettebandjes met Ramadans preken nog steeds voor iedereen raadpleegbaar op de site van het Franse tijdschrift L’Express. Daar vind je zijn inmiddels bekende uitspraken over de doodstraf, het erfrecht, het gevaar van gemengd zwemmen voor de kuisheid, een moratorium op het slaan van vrouwen en ‘het recht’ op het dragen van de hijaab.
Intussen heeft de Rotterdamse gemeenteraad naar aanleiding van prangende vragen (maar niet heus) een diepgaand politiek debat (maak dat de kat wijs) gevoerd. De Erasmusuniversiteit volstaat tot op heden met lof voor de Arabische ‘bruggenbouwer’. Zo praat de wetenschap niet, zo praten linkse ideologen.
De eerste aflevering van deze tweedelige serie staat hier.
Bernadette de Wit is journalist te Amsterdam
Gepubliceerd op 07.02.07 @ 09:19 PM













